/\(xa)
het maximum der spelingsgebieden tusschen xa en
xa + /\ van
de verschillende differentiequotienten, zooals die
hooren bij de verschillende aangroeiingen der onafhankelijke
veranderlijke xa, wanneer men die aangroeiingen
achtereenvolgens alle waarden laat doorlopen
tusschen 0 en een zekere zoo klein als men wil, doch
vast te kiezen waarde a, dan volgt uit het zooeven
genoemde postulaat, dat
/\ met /\ tot 0 nadert.
Verder hebben we, onder p/n een echte
breuk verstaande:
/\(xa)
afleiden:
/\(xa)
der differentiequotienten voor aangroeiingen van xa,
gelijk aan een echte breuk maal /\, kleiner is dan
2
/\(xa).
, dan
nemen de spelingsgebieden

(xa) onbepaald af, terwijl
tevens elk volgend spelingsgebied binnen het voorgaande
ligt; ze naderen dus tot een enkel punt; deze
eigenschap is direct van rationale op irrationale
uit te breiden (dit op grond van de continuiteit der functies);
het differentiequotient voor een aangroeiing
ligt echter binnen het spelingsgebied

(xa); ook dit
nadert dus onbepaald tot hetzelfde punt, als het spelingsgebied,
waarin het bevat is; er is dus een limietwaarde
voor het differentiequotient, het diferentiaalquotient;
en op dezelfde wijze toont men op grond van
hetzelfde postulaat het bestaan van alle hoogere differentiaalquotienten
[pag. 88] aan. 6)
(Hierbij heeft dan het idee ten
grondslag gelegen, dat de primitieve willekeurige schalen,
b.v. tijdmaat door den slinger, lengtemaat door een
maatstok, een soort van absolute waarheid hebben,
n.l. een soort absolute gelijkheid voor dichtbijeen
gelegen gelijke schaaldeelen: die schalen zijn trouwens
tamelijk instinctief geconstrueerd.)
7)
,
sin
r. d
sh
r. d
zeer klein, zoodat
eerst op zeer groote afstanden
merkbaar verschil met de formule = r. d
zou komen),
of zelfs nog andere betrekkingen, die niet eens
overal in de ruimte dezelfde constante geven zouden.
mocht worden ontdekt, wordt de ruimte
plotseling van Euclidisch niet-Euclidisch; zooals
POINCARÉ zegt, dat de aarde eerst draait, sinds
COPERNICUS het heeft uitgesproken.| in KANT'S Transcendentale Aesthetiek: | in RUSSELL'S Foundations of Geometry: | in dit werk | |
| Onafscheidelijk gebonden aan de uitwendige ervaring: | de Euclidische driedimensionale ruimte, en de maatlooze tijd. | de Euclidische driedimensionale ruimte, en de meetbare tijd-coördinaat. | niets. |
| Noodzakelijk treedt op in het wiskundig receptaculum der ervaring: | |||
| a) op grond van de organisatie van het menschelijk intellect: | de Euclidische driedimensionale ruimte, en de maatlooze tijd. | de projectieve ruimte, de vrije bewegelijkheid in de ruimte, en de meetbare tijd-coördinaat. | de oer-intuitie der wiskunde, of tijdsintuitie. |
| b) op grond der ervaring: | niets | de driedimensionaliteit der ruimte en het parallellenaxioma van EUCLIDES. | niets. |