| Alle menschen zijn sterfelijk. | |
| Socrates is een mensch. | |
| ergo: | Socrates is sterfelijk. |
, doch allen bestaande
[pag. 143]
uit gelijke elementen
14), zoodat we ons b.v. de
willekeurige oneindige duaalbreuken nooit af, dus
nooit geïndividualiseerd kunnen denken, omdat het
aftelbaar oneindig aantal cijfers achter de komma niet
is te zien als een aftelbaar aantal gelijke dingen),
en tenslotte het intuitief continuum, (met behulp
waarvan we vervolgens het gewone continuum, het
meetbaar continuum, hebben geconstrueerd).
van de rij der eindige ordetypen: 0, 1, 2, . . .
Er is dan ook niets tegen, om
te stellen als een
nieuw ordegetal, en weer op nieuw te gaan tellen
,
+ 1,
+ 2, . . .
2
,
2
+ 1, . . .
m
+ n, . . .
2; we openen
ons zoo weer een grooter gebied van volgend een
[pag. 145]
welgeordende rij op elkaar volgende ordegetallen,
waarvan de uitdrukking geschiedt door den algemeenen
vorm:
p1
+ m2
p2
+ . . . . (pr > pr + 1)

kunnen invoeren.
Zoo kunnen we doorgaan, en CANTOR toont (,,Grundlagen''
pag. 35) aan, dat elk zoo ingevoerd ordetype,
dus ook in elk stadium het geheel der ingevoerde
getallen, aftelbaar blijft. Dan laat hij echter volgen:
het naasthoogere
element, het grenselement, nemen) bildbaren,
in bestimmter Succession fortschreitende Zahlen
:
,
+ 1, . . .,
v0
µ +
v1
µ - 1 + . . . +
vµ - 1
+ vµ,
. . . .

, . . . .
, . . . .
voraufgehenden Zahlen, von 1 an, eine
Menge von der Mächtigkeit der ersten Zahlenclasse
bilden.''
van gelijke dingen slaat; maar het
,,en zoo voort'' hier slaat niet op een ordetype
, en ook niet op gelijke dingen.
CANTOR verliest dus hier den wiskundigen bodem. Volgens
zijn boven aangehaald grondprincipe moet hem dit
onverschillig zijn; maar in elk geval moet hij dan
toch zorgen, dat hij logisch vasten grond houdt,
heeft dus aan te toonen, dat de invoering van dit
,,Inbegriff aller'' niet tot strijdigheden aanleiding
kan geven, wat hij evenmin doet, wat echter kan
geschieden volgens de methode, waarop HILBERT
15)
de logische entiteit ,,Inbegriff aller'' invoert, en
haar niet-strijdigheid bewijst.
)
in het logisch gebouw tot
een contradictie voeren; evenzoo de invoering van
een logische entiteit I, die de logsiche functie van
een machtigheid zou moeten vervullen, en aan de
axioma's A < I < T zou moeten voldoen. Dat is het
logische, voor de wiskunde waardelooze resultaat
dezer bewijzen van CANTOR. Wil men het in wiskundig
licht bezien, dan kan men niet anders vinden
dan de volgende uitspraak: Onwaar zijn de
beide stellingen:
invoert, en dat noemt:
eerste ordegetal der derde getalklasse. Maar
bestaat
niet wiskundig, en het logische bewijs voor de
niet-strijdigheid van het nieuw ingevoerde ding,
hoewel waarschijnlijk licht te voeren, heeft geen
belang.
b'',
gelezen: a aequivalent met b), om
uit te drukken dat a en b een-eenduidig op elkaar
afbeeldbaar zijn):
A1
A1 + B.
| A = H1 + C | H H1
|
| H = A1 + D | A A1
|
A1
A
D.
A11 +
D1
H.)
C1 + C2 . . . .
B + B1
+ B2 . . . . + C1 + C2
+ . . . . + D
A1 + B;
* +
in te voeren, en
vervolgens alle cijfers 0 te schrappen, en voor alle
cijfers 1 een enkel element te zetten.
x
voor alle dingen, waarvoor de
[pag. 161]
bewering
x waar is;
het reciproke teeken
wordt
ingevoerd zóó, dat
k
(x
x)
=
k,
m.a.w. voor
het geval, dat de propositioneele functie een klasse
a bepaalt, beduidt k
a: k hoort tot de klasse a.
primair genoemd; RUSSELL gaat liever uit van
,
omdat hij het niet zeker vindt, dat iedere propositioneele
functie een klasse bepaalt.
of van de volledige inductie niet noodig zou
hebben, zoodat het logische systeem hier vrij van
die intuïtie zou zijn opgebouwd, en zonder behulp
[pag. 168]
van volledige inductie niet-contradictoor zou zijn
gebleken.